Contrast

Niet groepsgewijs leren in een schoolbankje, maar persoonsgericht in de praktijk

Viattence biedt in samenwerking met zorgorganisaties WZU, Het Baken en onderwijsinstellingen Deltion en Landstede de praktijkroute Noord-Veluwe aan. In circa 1 tot 3 jaar bekwamen studenten zich door middel van gepersonaliseerd leren in de praktijk tot Helpende of Verzorgende IG. Een hele mooie en unieke opleiding waarbij je op basis van jouw eigen leerbehoefte vanuit de praktijk leert en dit op je eigen tempo doet. Extra bijzonder is dat deze praktijkleerroute ook bij een speciale leerwoongroep gevolgd kan worden in Wezep. Hier werken alleen studenten die begeleiding krijgen van leerwerkcoaches. We spraken hierover met coaches Bertha en Jeannette en student Janneke.

Even voorstellen!

Jeannette Wolff woont in Wezep, is getrouwd, heeft 2 kinderen en 3 kleinkinderen en werkt al 22 jaar bij Viattence. Ze heeft jaren in verschillende functies bij Viattence locatie Veldheem gewerkt en heeft zich verder ontwikkeld tot Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (VIG). Na vele jaren bij Viattence locatie Weidebeek gewerkt te hebben, is ze onlangs begonnen als leerwerkcoach bij de leerwoongroep op De Turfhorst. Een nieuwe uitdaging waar ze zin in heeft!

Bertha Witzand werkt al 33 jaar bij Viattence. Ze is 25 jaar activiteitenbegeleidster geweest, heeft een opleiding gedaan tot VIG en is sinds de start van de leerwoongroep in 2019 met veel plezier werkende als leerwerkcoach. Ze is getrouwd, heeft 4 kinderen en verwacht het eerste kleinkind.

Janneke Pluim woont nog thuis bij haar ouders in Zwolle en doet na de opleiding tot Helpende - waarbij ze stage heeft gelopen bij Hofje Wendakker - nu een opleiding tot VIG bij de leerwoongroep. Ze is in september 2022 begonnen.

Een andere manier van leren is wennen

Wat is verschil tussen een BOL-opleiding en leren via de praktijkleerroute? En wat is het verschil tussen leren bij een gewone woonzorglocatie en bij een leerwoongroep? Janneke vertelt hierover: “Het is echt heel verschillend. Vooral in het begin vond ik de praktijkleerroute lastiger, omdat het een hele andere manier van leren is. Bij Hofje Wendakker was ik de enige student, nu werk ik bijna alleen met studenten. Je kunt je niet meer aan de ervaren collega’s optrekken. Er wordt je niet verteld hoe het op de afdeling gaat of hoe je dingen moet doen. Je loopt niet met collega’s mee om van hen te leren hoe je dingen moet doen. Je moet je eigen weg vinden en het zelf uitvinden. Dit was even wennen, maar nu vind ik het heel fijn hier en vind ik het een hele goede manier van leren.”

Je moet je eigen weg vinden en het zelf uitvinden. Dit was even wennen, maar nu vind ik het heel fijn hier en vind ik het een hele goede manier van leren.

Janneke, opleiding tot VIG

Bertha vult aan: “Het is een andere manier van opleiden. Je krijgt niet op een gestructureerde schoolse manier aangeleverd wat je moet leren. Je moet zelf met leervragen komen en aangeven wat jij zelf wilt leren vanuit de praktijk. Veel studenten vinden dat in het begin spannend. Ze verwachten dat ze een opleiding gaan doen en dat school bepaalt wat ze gaan leren en op welke tijd. Ze zijn onzeker of ze voldoende weten, of ze voldoende verdieping hebben gezocht en wanneer ze voldoende hebben geleerd. Hier moeten ze een weg in vinden en vertrouwen in krijgen. Uiteraard worden ze hier goed bij geholpen door ons als coaches en op school. We hebben regelmatig driehoeksgesprekken met school om te bespreken of alles goed gaat.”

“In het begin was ik heel zenuwachtig omdat ik dacht dat ik elke ochtend een leervraag paraat moest hebben. Nu weet ik dat dit helemaal niet hoeft en dat het gaandeweg vanzelf duidelijk wordt. Soms weet ik het al wel ’s ochtends, soms kom ik er gaandeweg de dag achter en soms heb ik een grotere leervraag waar ik 2 weken mee bezig ben. Ik ga één dag per week naar school en daar worden we ook gecoacht op onze persoonlijke ontwikkeling door praktijkbegeleiders.”, geeft Janneke aan.

We leren met en van elkaar

Maar hoe weet je dan of je alles geleerd hebt? Bertha legt uit: “Op school begin je eerst met de basis ADL-lijst. Deze lijst wordt in de praktijk bij ons getoets. Daarnaast heb je tien verpleegtechnische handelingen die je verplicht moet beheersen en daarnaast heb je nog een aantal vrije keuzes. De theorie leer je op school, de praktijk leer je bij de leerwoongroep en je toetst het af in een skills lab op school of bij de leerwoongroep. Mocht er een onderdeel zijn dat je niet in de praktijk bij de woonzorglocatie tegenkomt, dan kan je dit ook in het skills lab oefenen. Je leert het alleen op je eigen tempo en in de volgorde zoals je het zelf in de praktijk tegenkomt en waar je interesses liggen.

Afgelopen week had bijvoorbeeld iemand een TIA gehad. Je leert dan in de praktijk hoe je met de gevolgen hiervan om moet gaan. Er zijn studenten die al bekwaam zijn. Zij leren de studenten die dit nog niet zijn, wat ze moeten doen. Hiernaast zijn ook de leerwerkcoaches er om uitleg te geven wanneer dit nodig is. Maar ook wij als coach leren van de studenten. Zo hadden we pas een bewoner met een stoma, daar was ik zelf niet meer voldoende in bekwaam omdat ik dit een lange tijd niet meer voorhanden had gehad. Ik kreeg toen een training van een student die dit wel was. Zo leren we allemaal met én van elkaar.”

Hoe weet je precies in de praktijk wie waarin bekwaam is? Bertha vertelt: “In de ochtend lezen we samen de rapportages. We bespreken de onduidelijkheden, welke acties er zijn, wie wat mag doen en ook wie wat wil leren. Als je bekwaam bent, mag je de handelingen zelf doen. Als je wilt leren, mag je het samen oppakken met een andere bekwame student of coach. Op deze manier kun je in de praktijk alvast meekijken en daarna je leervraag bepalen. In principe neemt de student de leiding in het bepalen van de leervraag, maar uiteraard proberen we als coach hier ook een beetje in te sturen met verdiepende vragen zodat ze de leervraag goed kunnen formuleren. Denk aanvragen als: welke medische disciplines moet ik inschakelen, hoe werkt de verslaglegging, wat houdt een TIA bijvoorbeeld in en waarom kan de bewoner bepaalde dingen niet meer, enzovoorts.”

Veel meer tijd voor begeleiding

Bertha en Jeannette zijn beide eerder werkbegeleider geweest van stagiaires en BBL-studenten op andere reguliere woongroepen. Ze vonden dit ontzettend leuk, maar mistten hierbij wel tijd om goede persoonlijke aandacht te bieden. “Vooral voor BBL-studenten is er weinig mogelijkheid om mee te lopen. Zodra ze dingen zelf kunnen, gaan ze zelfstandig aan de slag. Op de leerwoongroep kunnen we continu begeleiden. Ik vind het vooral heel leuk om leerlingen die blanco binnen komen op te leiden tot een unieke professional. Hierbij vind ik iemands eigenwaarde heel belangrijk. Het moet geen kopie van mezelf worden, maar het is belangrijk wat voor verzorgende de student zelf wil zijn.”, geven de coaches beiden aan.

Janneke vult hierbij aan: “Ik pik van iedereen wat op en neem over wat bij mij past. Iedereen is leerling en moet zijn eigen weg vinden. Ik denk dat je binnen de praktijkleerroute en op de leerwoongroep meer én beter leert, doordat je zelf leert denken over wat je precies wilt leren en wat bij je past. Het is ook kleinschalig en er is veel aandacht voor je.”

Ik pik van iedereen wat op en neem over wat bij mij past. Iedereen is leerling en moet zijn eigen weg vinden. Ik denk dat je binnen de praktijkleerroute en op de leerwoongroep meer én beter leert, doordat je zelf leert denken over wat je precies wilt leren en wat bij je past. Het is ook kleinschalig en er is veel aandacht voor je.

Janneke, opleiding tot VIG

Je raakt niet vastgeroest

“Ook ik leer nog elke dag van studenten”, geeft Jeannette aan. “Bijvoorbeeld als het gaat om technologie, daar zijn studenten veel verder in dan wij. Maar ze houden je ook scherp op protocollen en hygiëne bijvoorbeeld. Leerlingen corrigeren mij soms, dat houdt me alert. Als coach heb ik natuurlijk een voorbeeldrol, alles wat ik doe ligt onder een vergrootglas. Hierdoor ben ik heel bewust in wat ik doe. En ook ik vind het leuk om te blijven leren. Als ik iets niet weet, dan zoek ik het op. Wanneer je heel lang op dezelfde afdeling werkt, raken patronen en werkverhoudingen weleens vastgeroest. Je kunt je werk op de automatische piloot doen. Hier verandert de groepsdynamiek continu. Dat is soms wel uitdagend, maar het werkt heel goed.”, geeft Jeannette aan.

De praktijkleerroute staat geen moment stil

“De persoonsgerichte aanpak van de praktijkroute is een ontzettend mooie manier van leren. Heb je bijvoorbeeld al ervaring of een opleiding tot Helpende gedaan, dan ga je veel sneller door de opleiding tot VIG-er heen en rond je deze bijvoorbeeld in één jaar af. Heb je nog helemaal geen voorkennis, dan doe je het rustiger aan en rond je het in drie jaar af. We kijken per persoon wat bij iemand past. Soms schakel je even terug en soms ga je wat sneller. Als coach kunnen we heel makkelijk peilen wanneer iemand vast loopt of extra ondersteuning nodig heeft. Ook kijken we of een woonzorglocatie voor mensen met dementie wel bij iemand past. Soms is dat niet zo en dan kijken we of de student bijvoorbeeld beter bij de thuiszorg past.

De leerwoongroep vult ontzettend goed op de praktijkleerroute aan doordat de studenten het écht samen doen. De studenten helpen elkaar en leren in een veilige omgeving.”, antwoord Bertha op de vraag waarom zij enthousiast is over de praktijkleerroute en de leerwoongroep.

“Hiernaast staat de opleiding geen moment stil. Elke keer passen we weer dingen aan, zodat het nog beter aansluit bij de leerbehoeften van onze studenten.”, sluit Bertha met een positieve noot af.

Cookie instellingen

Onze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring. Wilt u de website bezoeken en cookies accepteren?
Lees ons privacy beleid.